Uittreksel 3: Broers in die stryd

Kommandolewe

As dit nie die skroeiende son van die Suid-Afrikaanse somer was nie, was dit die snerpende koue en reën wat hul lewens uiters miserabel buite in die veld gemaak het. Vir die Boere wat gewoond was aan die land se toestande was dit erg genoeg, maar vir die buitelanders was dit selfs erger. ‘Hier ben ik nu onder enkel boeren, gedwongen te leven als zij en geen hooger eischen dan zij te stellen,’ skryf Ver Loren van Themaat. ‘Het kost me in het eerst wel moeite aan dit harde leven te wennen; ‘s nachts slaap ik onbehagelijk van de kou. De beschutting van den enkelen doornboom mag iets helpen tegen de uitstraling en den regen, het is of de nactwind er nog vinniger onder door blaast. Eens op een nacht, als we de paarden bij ons aan de takken van den boom hebben vastgebonden, kom een verschrikkelijk onweer opzetten. Zoo fel slaat het licht uit, zoo vlak boven ons ratelen de slangen, dadelijk op het licht volgend, dat ik het onverantwoordelijk oordeel langer onder den boom te blijven slapen; ik neem mijn kooigoed op en ga in het water in de modder wat verder liggen. Het felle lighten kan ik aan mijn oogen niet verdragen en ik kruip geheel onder de kombaars. Een echte nact der verschrikking. Den volgenden dag houdt predikant Louw uit Heidelberg, die dezer dagen in het lager verblyft, godsdienstoefening; hij dankt God, dat we allen weer de zon hebben mogen zien opgaan, en dit zijn zeker geen ijdele woorden; door dit buitenleven wordt men weer meer natuurmensch en voelt de geweldige natuurmachten in haar volle verschrikking.

Van Warmelo het ook ‘n jammerlike beskrywing gegee van die lang, eensame nagte, die lyding en uiterste ongemak van die koue en reën:

We suffered most on those long nights when, for some reason or other, we could not sleep, for many of the burghers were troubled with fears for their dear ones. Often, after a long ride, we were too tired to prepare a meal, but simply flung ourselves against our saddles and slept before we had time to let our thoughts wander… Sometimes a constant rain cast a shadow over the sunny Hoogeveld and made our lives sombre and almost unbearable. Then our tattered garments could not dry on our bodies, and everything about us was wet and dirty. Even in dry weather fuel was almost unattainable, for the treeless Hoogeveld had been almost exhausted by the many large commandos which had visited the uitspan [outspan] places. In wet weather it was almost an impossibility to make a fire.

Whoever had an ailment passed unpleasant nights then; each night meant a nail in his coffin. Even the constant rain the burghers bore cheerfully, and many a joke was passed along during an interval in the downpour. But in the morning, as we dragged our weary limbs out of our mudbaths, shevering from cold, we did not venture to put the conventional question, ‘Did you sleep well?’ to each other.

Vir meer inligting oor die boek, klik hier.
Om nog uittreksels uit dié boek te lees, klik hier en hier.

ondersteun maroela media só

Sonder Maroela Media sou jy nie geweet het nie. Help om jou gebalanseerde en betroubare nuusbron se toekoms te verseker. Maak nou ʼn vrywillige bydrae. Onthou – ons nuus bly gratis.

Maak 'n bydrae