Engels, skurketaal* van die hoër onderwys?

Alex Vanneste, gewoon hoogleraar en voorzitter van de Raad van Bestuur, Universiteit Antwerpen

Hoewel Engels slechts de derde meest gesproken taal ter wereld is, na Chinees (1.260 miljoen sprekers) en Hindi (715 miljoen), is het de wereldtaal bij uitstek geworden. Engels telt ruim 350 miljoen moedertaalsprekers, ongeveer evenveel als Spaans, en ruim een half miljard niet-moedertaalsprekers. Frans telt ongeveer 70 miljoen moedertaalsprekers en de algehele francofonie zowat 250 miljoen sprekers, waarmee het de 7e taal is na Chinees, Hindi, Engels, Spaans, Portugees en Russisch. Voor Duits zijn de cijfers 105 miljoen en 145 miljoen; het is de 10e taal na Frans, Arabisch en Bengaals. Een taal wordt niet alleen wereldtaal genoemd vanwege het grote aantal sprekers, maar veeleer op grond van bepaalde kenmerken. Zo is Engels multi-etnisch, vervult het in ruim 112 landen belangrijke ambtelijke functies en neemt het een prominente positie in de internationale handelsbetrekkingen in, alsook in internationale organisaties. Voor Frans en Duits gelden die kenmerken slechts in mindere mate. Verder is Engels de voornaamste wetenschappelijke publicatie- en communicatietaal geworden. Engels heeft die status overigens niet bereikt op grond van een culturele omwenteling of een overheersing, wel via een door de wereldorde en de populaire media gestuurde context, vooral na de Tweede Wereldoorlog. Het is zonder meer een lingua franca geworden, door velen steevast geassocieerd met politiek, militair en/of economisch prestige. Het grote gevaar dat uitgaat van de dominantie van een lingua franca is dat zij meestal talen doet verdwijnen. Alleen het Latijn is daar een uitzondering op: het heeft misschien tal van Keltische talen verdrongen, maar ligt wel aan de basis van de Romaanse talen. Anderzijds leert de geschiedenis ons dat het statuut van lingua franca altijd tijdelijk en onstabiel is. Het over de hele wereld gesproken Engels is buitengewoon divers, men spreekt overigens niet voor niets van Englishes.

De kwaliteit van het alom gebruikte Engels is dan ook vaak belabberd en overstijgt vaak niet die van Globish of Basic English, jawel, ook in Vlaanderen en Nederland. M.a.w., Standaardengels hoor je nauwelijks, iedereen spreekt zijn eigen Engels! De tolerantie tegenover de talloze variëteiten van het Engels – eveneens bij de moedertaalsprekers – is ook spreekwoordelijk groot: idiosyncratische variatie, sterke regionale kleuring tot grammaticaal niet-correct, gebroken of koeterengels. Alles mag, als we elkaar maar begrijpen. Overigens is het zeer de vraag wat Standaardengels is.

De druk van het Engels op alle talen en op alle maatschappelijke sectoren heeft zich uiteraard ook op het hoger onderwijs gericht. Het blijft hier evenwel niet bij het gebruik van Engelse woorden en uitdrukkingen in het dagelijks taalgebruik: sommigen willen het hoger onderwijs (in Vlaanderen en in Nederland) voortaan gedeeltelijk of zelfs in heel sterke mate in het Engels organiseren. Ter zake gaan er ook sterke stimulansen uit van de Vlaamse decreetgever. Een en ander zou wel eens kwalijke gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit van het hoger onderwijs en van het wetenschappelijk onderzoek.

(1) Allereerst en voornamelijk denken de universiteiten en hogescholen meer buitenlandse studenten te kunnen aantrekken als er ook meer in het Engels wordt gedoceerd. Meer studenten betekent ook een hogere subsidie – vandaar. Hierbij kan men zich afvragen of het zinvol is om het hoger onderwijs te verengelsen ten behoeve van een al bij al relatief kleine minderheid van buitenlandse studenten. Anderzijds proberen uiteraard alle universiteiten en hogescholen om meer studenten aan te trekken. Door de budgetfinanciering is het dan ook helemaal niet gegarandeerd dat meer buitenlandse studenten automatisch leidt tot een hogere subsidiëring. Neem daarbij dat de ervaring leert dat buitenlandse studenten die in Vlaanderen komen studeren, meestal niet de besten zijn, integendeel. Verengelsing om die reden verplicht niet alleen de Vlaamse studenten om les te volgen in het Engels, het kan leiden tot een nivellering van het studieniveau, terwijl hoger onderwijs in de eerste plaats naar excellentie moet streven. Kortom, internationalisering mag dan wel een argument zijn voor (gedeeltelijke) verengelsing, zij houdt grote risico’s in voor de kwaliteit van het Vlaamse hoger onderwijs. Toch beantwoordt de verengelsing wegens en omwille van de internationalisering niet aan het initiële doel van – bijvoorbeeld – het Erasmusprogramma. Dat had/heeft o.a. als doel om ook andere culturen en talen te leren kennen. Erasmus houdt o.i. op een echt internationaliseringsprogramma te zijn als in heel Europa alleen Engels(talig)e eenheidsworst wordt opgediend.

(2) Als de decreetgever zijn plannen uitvoert, zal er voor bepaalde studierichtingen misschien maar één Nederlandstalige opleiding meer zijn inVlaanderen, naast verschillende Engelstalige. Dat kan leiden tot een ernstige beperking van de keuzevrijheid voor de Vlaamse studenten.

(3) Als er binnenkort alleen nog hoger onderwijs in het Engels bestaat en als wetenschappelijke publicaties alleen nog in het Engels kunnen, lopen anderstalige opleidingen – zeg maar Nederlandstalige – het risico van aanzienlijk prestige- of statusverlies. Nu al ervaren we dat Engels als een (vals) criterium voor (internationale) kwaliteit en excellentie wordt beschouwd.

(4) In het verlengde van de verengelsing van het onderwijs zullen academici en onderzoekers (internationaal) straks alleen nog afgerekend worden op het aantal Engelstalige publicaties. Het risico is niet denkbeeldig dat onze Vlaamse eigen academici zich straks niet meer – of onvoldoende goed – kunnen of willen uitdrukken in hun moedertaal. Nederlandstalige publicaties zullen internationaal immers niet meer gewaardeerd worden, wat ontegensprekelijk een verarming van onze (wetenschappelijke) cultuur – in de brede zin van het woord – betekent. Zelfs excellentie in het Nederlands dreigt ondergewaardeerd of niet meer gewaardeerd te worden.

(5) Een bijzonder belangrijk kwalijk gevolg van de verengelsing van het hoger onderwijs ligt in de mogelijke verlaging van de onderwijskwaliteit. Recent wetenschappelijk onderzoek in Nederland heeft aangetoond dat Engelstalig onderwijs leidt tot een kwaliteitsvermindering van 30% (15% aan de kant van de docent, 15% aan de kant van de student).

(6) Een nieuwe groep van achtergestelden dient zich overigens aan: de studenten die voor hun studie onvoldoende kansen hebben gekregen om goed Engels te leren! Nu al toont onderzoek aan dat rijkere landen meer middelen besteden aan opleiding en vorming, met een betere kennis van het Engels als gevolg. Hiermee wordt het principe van gelijke kansen gedwarsboomd en wordt de emancipatiegedachte geweld aangedaan.

(7) Even erg is dat de immense druk van het Engels kan leiden tot een sterke vermindering van de aandacht voor – bijvoorbeeld – Frans en Duits, twee talen die in Vlaanderen evenwel van bijzonder groot belang blijken te zijn, zowel in de particuliere sector als in de publieke sector. Het wordt hierbij met de dag moeilijker om aan een ander Europees adagium te beantwoorden: iedereen drietalig!

Om al die redenen lijkt het ons van het grootste belang om zo snel mogelijk beschermende maatregelen te nemen.

(1) De universiteiten en hogescholen moeten van heel nabij nagaan of, bijvoorbeeld, over 5 of 10 jaar, een sterkere internationalisering door de invoering van het Engels inderdaad tot een verhoging van het aantal buitenlandse studenten en van de betrokken subsidie geleid zal hebben.

(2) De gedeeltelijke invoering van het Engels als onderwijstaal naast het Nederlands lijkt onvermijdelijk te zijn, en in sommige gevallen zelfs zinvol. We moeten evenwel nadenken hoe we hiermee zullen omgaan. Verengelsing van het onderwijs kan uitsluitend als er voldoende aandacht is voor de mensen (de docent, zijn loopbaan, zijn werklast; de student, zijn studielast, het democratisch deficit; het ondersteunend personeel), de academische praxis (onderwijs- en onderzoekskwaliteit, excellentieniveau) en de talen zelf (de kwaliteit van het Nederlands, van het Engels en van andere talen). Ter zake dienen alle universiteiten en hogescholen zo snel mogelijk een evenwichtig en geïntegreerd academisch taalbeleid te implementeren. Elke instelling zal inspanningen moeten leveren om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van het Engels meer dan behoorlijk is. Docenten mogen geen Engels brabbelen, studenten en het personeel moeten ondersteund worden. Wij mogen vooral niet doen alsof we ervan overtuigd zijn dat alle docenten perfect Engels spreken en dat alle studenten daar niet de minste problemen mee hebben.

(3) Engels als onderwijstaal kan het best niet ingevoerd worden in het eerste studiejaar (1e bachelor), maar liever naar het einde van de bacheloropleiding toe. Er moet ook voorzichtig worden omgesprongen met het organiseren van volledig Engelstalige masters (met uitzondering van gespecialiseerde onderzoeksmasters) om allerlei discriminerende effecten te vermijden.

(4) Er moet blijvend aandacht worden besteed aan de beheersing van het wetenschappelijk terminologisch arsenaal en de wetenschappelijke communicatie in de moedertaal.

(5) Echte meertaligheid moet blijvend ondersteund en gestimuleerd worden: het principe English is enough moet geweerd worden. Het onderwijs Frans en Duits moet in ere hersteld worden. Er mag niet worden toegegeven aan de mode van het Engels.

(6) De universiteiten en hogescholen mogen het Vlaamse taalonderwijsbeleid niet overlaten aan politici alleen, maar moeten het samen opnemen voor een evenwichtige taalpolitiek.

Kortom, een geïntegreerd taalbeleid is gewenst, gericht op een verstandige en gemotiveerde (gedeeltelijke) invoering van het Engels als onderwijstaal, op de handhaving van de onderwijskwaliteit en een consequente verdediging en ontwikkeling van degelijke moedertaal- en meertaligheidscompetenties.

Dit artikel is overgenomen uit Neerlandia/Nederlands van Nu, Nederlands-Vlaams tijdschrift voor taal, cultuur en maatschappij, ISSN 0028-2382, jaargang 116, 2012, nr. 1, pp. 50-51. Zie ook: www.anv.nl.

*Oorspronklike titel: “Engels, het Bargoens van het hoger onderwijs?” Bargoens is egter in Afrikaans ‘n onbekende woord. Dit verwys na die geheime slang-taal van die onderwêreld in Nederland in die eerste helfte van die twintigste eeu. Kyk hier vir meer inligting.

Hierdie plasing is deur ʼn onafhanklike persoon of onderneming saamgestel. Die menings en standpunte wat in hierdie skrywe uitgespreek word, is nie noodwendig die beleid of standpunt van Maroela Media se redakteurs, direksie of aandeelhouers nie. –Red

Deel van: Meningsvormers

ondersteun maroela media só

Sonder Maroela Media sou jy nie geweet het nie. Help om jou gebalanseerde en betroubare nuusbron se toekoms te verseker. Maak nou ʼn vrywillige bydrae. Onthou – ons nuus bly gratis.

Maak 'n bydrae